
Op 10 februari 2026 heeft rechter Jed Rakoff (federale rechtbank Manhattan) een uitspraak gedaan die een ongekend juridisch precedent vormt. Voor het eerst in de Verenigde Staten heeft een federale rechtbank geoordeeld dat gesprekken met een publieke kunstmatige intelligentie niet onder enig beroepsgeheim vallen — noch onder het advocaat-cliënt-privilege, noch onder de work product-doctrine.
De Heppner-zaak in het kort
Bradley Heppner, voormalig CEO van het failliete financiële bedrijf GWG Holdings, staat terecht voor fraude. Om zijn verdediging voor te bereiden had hij Claude gebruikt — de AI van Anthropic, in de consumer-versie — nadat hij zijn advocaten had geraadpleegd. Zijn redenering: als gesprekken met een advocaat onder het beroepsgeheim vallen, dan zou het werk dat hij met Claude bovenop die gesprekken deed dat ook moeten zijn.
Het argument hield geen stand. Op 17 februari 2026 heeft Rakoff zijn schriftelijke oordeel ingediend. 31 door Heppner via Claude gegenereerde documenten gingen naar het Openbaar Ministerie.
Drie redenen voor het oordeel
Rechter Rakoff baseerde zijn beslissing op drie punten:
1. Claude is geen advocaat. Het advocaat-cliënt-privilege vereist een vertrouwensrelatie tussen mensen, onderworpen aan deontologische regels. Een AI-systeem heeft geen van deze statussen.
2. De gesprekken zijn niet vertrouwelijk. Het privacybeleid van Anthropic staat het bedrijf toe inputs van gebruikers te verzamelen, ze te gebruiken om Claude te trainen, en ze door te geven aan derden — inclusief “overheids- en regelgevende autoriteiten”.
3. Heppner gebruikte Claude niet onder leiding van een advocaat. De work product-doctrine, die documenten beschermt die ter voorbereiding van een geschil zijn opgesteld, geldt alleen als het werk onder advocatentoezicht wordt gedaan. Heppner had op eigen initiatief gehandeld.
Een historische beslissing
Het is de eerste keer dat een Amerikaanse federale rechtbank de kwestie zo duidelijk beantwoordt. In de week daarna publiceerden meer dan een dozijn grote advocatenkantoren — Paul Weiss, Orrick, Proskauer, Debevoise — waarschuwingen aan hun klanten. De boodschap: stop met ChatGPT, Claude of enig andere consumer AI-tool te gebruiken voor gevoelige zaken.
Wat deze apps écht opslaan
Naast het specifieke geval roept de uitspraak een bredere vraag op: wat verzamelen deze apps eigenlijk?
Tools zoals Claude, ChatGPT, Gemini of Grok — net als virtuele companion-apps (Replika, Character.AI) — verzamelen typisch drie categorieën data:
- Gesprekken, woord voor woord
- Gebruikspatronen (logintijden, sessieduur, frequentie)
- Emotionele signalen afgeleid uit inhoud en schrijfstijl
Samen vormen ze wat juristen inmiddels mentale data noemen. Volgens analisten is dit waarschijnlijk de meest gevoelige categorie persoonsgegevens die over een persoon bestaat — vaak scherper dan wat de huisarts in het dossier heeft.
Geen equivalent van het medisch beroepsgeheim
Een arts, een therapeut, een advocaat — zij zijn gebonden aan een wettelijk geregeld beroepsgeheim. Een AI-app, ook al gebruik je hem dagelijks als emotionele vertrouweling, heeft geen vergelijkbare status. Wanneer een rechter overlegging beveelt, draagt de aanbieder over.
Deze asymmetrie creëert een ongekende juridische ongelijkheid. Iemand die met een psycholoog over zijn angsten praat, is beschermd door medisch beroepsgeheim; iemand die diezelfde angsten aan een AI toevertrouwt, heeft geen vergelijkbare bescherming.
Drie reflexen om je eigen te maken
1. Vermijd gevoelige onderwerpen met een publieke AI. Voor een echt juridisch, medisch of persoonlijk probleem — scheiding, arbeidsconflict, familiegeheim — blijft een mens met een echt beroepsgeheim het juiste adres.
2. Onderscheid consumer van enterprise. De enterprise-versies van Claude en ChatGPT (specifieke contracten, vertrouwelijkheidsgaranties, dedicated hosting) bieden bescherming die consumer-versies niet hebben.
3. Behandel wat je typt als potentieel openbaar. Snelle test: zou je je op je gemak voelen als iemand dit gesprek over vijf jaar zou lezen? Zo nee, dan is dit waarschijnlijk niet het juiste kanaal.
De Rakoff-uitspraak ondermijnt dagelijks AI-gebruik niet — schrijven, onderzoek, brainstormen, vermaak. Hij trekt een nuttige grens: deze tools zijn opmerkelijk voor veel dingen, maar zijn — en worden waarschijnlijk nooit — vertrouwelingen in juridische zin.